Straatfotografie met je smartphone: 7 tips die meteen werken
24-07-2024-07-02-2024 Groepsworkshop Utrecht – Smartphone-fotografie

Straatfotografie met je smartphone: 7 tips die meteen werken

De beste camera is de camera die je bij je hebt, en dat is je telefoon. Voor straatfotografie is dat geen troostprijs maar een voordeel: niemand kijkt ervan op als je met een telefoon in je hand staat, en je hebt hem al vast voordat het moment voorbij is. Dit zijn de zeven dingen die ik in elke workshop als eerste laat oefenen.

1. Zoek eerst het decor, dan de mens

Straatfotografie voelt als jagen op mensen, maar het begint bij de plek. Zoek een muur, een trap, een lichtvlak of een kleurvlak dat op zichzelf al klopt. Ga daar staan en wacht tot er iemand doorheen loopt. Je foto is dan al gecomponeerd voordat het onderwerp verschijnt.

Gebogen lijnen van TivoliVredenburg in Utrecht bij avond, smartphonefoto
TivoliVredenburg in Utrecht, gemaakt met een Samsung S10. Eerst de lijnen gezocht, toen gewacht.

2. Ga laag

Bijna alle telefoonfoto’s worden op ooghoogte gemaakt, staand. Hurk. De straat wordt een vlak, mensen worden groter tegen de lucht en een plas water wordt een spiegel. Je telefoon heeft geen zoeker die je tegen je oog moet drukken, dus je kunt hem bijna op de grond leggen en toch zien wat je doet.

3. Tik om scherp te stellen, sleep voor de belichting

Tik op het gezicht of het detail dat scherp moet zijn. In bijna elke camera-app verschijnt dan een zonnetje of een schuifje naast het kader; sleep dat omlaag zodat de lichte delen niet uitbranden. Een iets donkere foto is later altijd te redden, een uitgebeten lucht niet.

4. Gebruik reflecties

Ramen, plassen, gladde vloeren, de zijkant van een tram. Een reflectie geeft je twee foto’s in een: de echte scene en de gespiegelde. Zet je lens zo dicht mogelijk bij het spiegelende vlak, dan wordt de spiegeling het grootst.

Reflectie in de vloer van Utrecht Centraal, groothoekfoto met smartphone
Utrecht Centraal, groothoek, met een Samsung S10. De vloer doet het halve werk.

5. Wacht op het juiste moment, niet op het perfecte

Je hoeft niet te wachten tot alles klopt. Wacht tot een ding klopt: een stap precies in het licht, een jas in de kleur van de muur, een blik opzij. Maak dan drie foto’s achter elkaar, niet een. De middelste is meestal de goede.

Tram in Den Haag met een voetganger, smartphonefoto
Tram in Den Haag, gemaakt met een iPhone. Het moment zat in de stap van de voetganger.

6. Zet de zoom uit

Digitaal inzoomen gooit pixels weg. Loop naar je onderwerp toe, of accepteer dat het klein in beeld staat en maak daar de foto van: een mens klein in een grote stad is vaak sterker dan een gezicht dat het kader vult.

7. Bekijk je foto’s dezelfde dag

Niet op het moment zelf, dat leidt af, maar ‘s avonds. Kijk wat je steeds doet: te ver weg, horizon scheef, te veel in het midden. De volgende keer doe je een ding anders. Dat is de hele methode.

Wil je dit een middag oefenen met iemand die meekijkt? Dat is precies wat we doen in de groepsworkshop smartphonefotografie, in Utrecht, Amersfoort, Den Haag, Groningen en Breda. En een Bluetooth-selfieknop helpt als je vanaf de grond of vanaf een statief wilt afdrukken zonder te bewegen.

Maarten van Apeldoorn