Een foto is plat, de stad is dat niet. Alles wat je in een workshop leert over compositie komt neer op een vraag: hoe krijg je de derde dimensie terug in een vlak beeld? Drie antwoorden die met elke telefoon werken.
Leidende lijnen
Een lijn die van de rand van het beeld naar binnen loopt, trekt het oog mee. Een stoeprand, een leuning, een rij lantaarns, de rand van een gebouw. Zet die lijn in een hoek, niet horizontaal, en laat hem eindigen bij het onderwerp. Kijk in het voorbeeld hoe de gebogen gevel je blik naar het licht leidt.

Voorgrond, middengrond, achtergrond
Zet iets dichtbij in beeld: een paaltje, een tak, een schouder. Daarachter je onderwerp, daarachter de stad. Drie lagen geven diepte. Met de groothoeklens van je telefoon kun je heel dichtbij een voorgrond gaan staan terwijl de achtergrond scherp blijft.

Reflecties
Water is het makkelijkst: een gracht, een plas, de Hofvijver. Hou je telefoon laag, vlak boven het water, en tik om scherp te stellen op de spiegeling. Bij weinig wind krijg je een tweede stad ondersteboven. Bij wind wordt het een schilderij, ook mooi.

Wat je nodig hebt
Niets, behalve je telefoon en de bereidheid om te hurken. Voor lange sluitertijden bij weinig licht helpt een klein flexibel statief en een selfieknop om af te drukken zonder de telefoon aan te raken. In de workshop in Utrecht lopen we precies langs de plekken op deze foto’s.
