Zodra de zon onder is, gaan de meeste telefoonfoto’s mis: bewogen, korrelig, met een oranje zweem. Toch is de avond het mooiste moment om een stad te fotograferen, want dan doet de stad zelf het licht. Vijf dingen die het verschil maken.
Fotografeer het licht, niet het donker
Zoek een etalage, een verlichte gevel, een lantaarn boven een steeg, koplampen op nat asfalt. Waar licht is, kan je telefoon zijn werk doen. Een donkere straat blijft een donkere straat, hoe goed je nachtstand ook is.

Gebruik de nachtstand, maar sta stil
De nachtstand van je telefoon maakt een reeks foto’s van een paar seconden en legt die over elkaar. Dat werkt alleen als de telefoon niet beweegt. Zet je ellebogen tegen je lichaam, adem uit, druk af, en beweeg pas als de teller klaar is. Of leg de telefoon ergens op.
Belichting omlaag
Je telefoon wil van een avond een middag maken. Tik op het lichtste deel van je beeld en sleep de belichting omlaag tot het er weer uitziet als avond. Donkere delen mogen donker zijn; dat is precies de sfeer die je zag.
Het blauwe uur is beter dan de nacht
Het half uur na zonsondergang, als de lucht diepblauw is en de lampen al branden, is voor een telefoon de beste tijd: genoeg licht in de lucht om detail te houden, genoeg kunstlicht om sfeer te geven. In januari is dat rond half zes.

Een steuntje
Voor foto’s van meer dan een halve seconde helpt een klein statief en het afdrukken met een Bluetooth-knop of de zelfontspanner, zodat je de telefoon niet aanraakt op het moment dat het telt. De workshops in Utrecht en Amersfoort beginnen overdag, maar in de winter halen we het blauwe uur soms nog net.
